Ik hoor de klok tikken zonder schroom
Langzaam tikt ie de uren door
Mijn leven als in een droom
Hij laat achter een rimpelspoor
Ik ben niet oud, nee dat niet
Maar wel wat ervaring rijker
Had heel wat geluk, maar ook veel verdriet
Niets wat ik deed kan mij écht spijten
Weer het tikken van de klok van hout
En die van mijn grootouders boven de haard
Mijn grootouders: ja die waren oud
Toch heb ik de herinnering aan hen goed bewaard
Hun klokje tikte hun leven weg
Een leven van hard werken en veel pijn
Het spijt me als ik het zo zeg:
Zoals zij waren, wil ik niet zijn
Met nog een heel leven voor mij
Kijk ik ook liever niet achterom
Mijn verdriet leg ik dan wel opzij
En de klok slaat dan … “Bom-bom”
De klok: zij tikt meedogenloos
Zoals ik dromerig voor me uit staar
Denk ik aan mijn toekomst en word boos
Die dromen worden helaas nooit waar
Mijn tijd hier is heel kostbaar
Je weet nooit hoeveel je ervan krijgt
En die rotklok, die tikt maar
Ik hoop niet dat hij gauw zwijgt